Partners in de buurt

Stadsdeel Centrum | Project 1012

De gemeente Amsterdam heeft ons op weg geholpen met advies en subsidie... meer

Kapitein Zeppos

Het muziek cafe restaurant in Amsterdam waar je kunt lunchen, dineren en luisteren naar de leukste live muziek in Claires Ballroom... meer

Reederij Kooij

Ontdek Amsterdam vanaf het water. In een rondvaartboot vaart u door de prachtige Amsterdamse grachten en langs de mooiste bezienswaardigheden die Amsterdam te bieden heeft.... meer

Geschiedenis van de buurt

Sieradenkwartier Grimmenes

Zwaan-kleef-aan langs een oud veenriviertje

Het Sieradenkwartier is een van de oudste stukjes Amsterdam. De middeleeuwse buurt Grimmenes lag aan het veenstroompje de Grim, een zijarm van de Amstel. Dit natuurlijke water werd in de veertiende eeuw omgevormd tot een verdedigingsgracht. De Grimburgwal bleef tot de stadsuitbreiding van 1425 de zuidgrens van de jonge stad. Het buurtje werd ook toen al bewoond door handelaren en ambachtslieden. Vanaf het einde van de veertiende eeuw vestigden zich kloosterlingen langs de oevers van de Grim. Tussen de Nes, Grimburgwal en Oudezijds Voorburgwal lag tot de Alteratie van 1578 het Sint Claraconvent. Het schilderachtige steegje Gebed Zonder End houdt de herinnering aan de nonnetjes levend.

Zoals de buurt nu is ingelijfd door een aantal juweliers, sieradengaleries en goudsmederijen, zo was het in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw het domein van boekhandelaren. In 1879 werd de boekenmarkt op de Botermarkt (nu Rembrandtplein) verplaatst naar de Oudemanhuispoort. De boekverkopers konden gebruik maken van oude winkelkasten, die daar ook nu nog staan.

Overigens werden de kasten in de achttiende eeuw al gebruikt; niet alleen door handelaren in boeken, maar ook in ‘galanterieën’ (snuisterijen), goud en zilver. Stapsgewijs breidde de boekenmarkt in de Oudemanhuispoort zich uit in de buurt, onder meer naar de Grimburgwal. Maar na de Tweede Wereldoorlog keerden de meeste, veelal Joodse boekenhandelaren niet terug. Alleen in de Oudemanhuispoort heeft de boekhandel standgehouden.

Ook de handel in sieraden is historisch geworteld in de buurt. Sinds 1614 fungeert de Stadsbank van Lening aan de Nes als plek waar Amsterdammers die krap bij kas zitten hun spullen kunnen belenen. Van oudsher vaak juwelen. Bij de Waarborg op de Kloveniersburgwal konden goud- en zilversmeden tussen 1812 en 1988 terecht om hun werk te laten keuren en stempelen. In 1881 kreeg de Grimmenes ook een verkooppunt van goud en zilver. In dat jaar verhuisde de ‘essayeur’ (keurmeester) J.B. Schöne zijn groothandel in edelmetalen van de Kalverstraat naar het Rokin.

In 1914 kreeg Schöne gezelschap van de Firma Drijfhout, ‘smelters en affineurs van goud, platina en zilver’, die zich vestigde aan de kop van de Nes in een prachtig Jugendstilpand. Een hoorn des overvloeds voor edelsmeden. Helemaal toen in de jaren zeventig ook de Belgische edelstenengroothandel Ruppenthal op het Rokin een filiaal opende. De grossiers trokken in de loop der jaren weg uit de binnenstad. Met het vertrek van goud- en zilverhandel Schöne (2004) kwam er een einde aan de groothandel in het Sieradenkwartier. Maar de detailhandel was inmiddels niet meer weg te denken.

Eerdere sieradenkwartieren

De reputatie van Amsterdam als stad van edelsmeden gaat ver terug. Het rijke Holland van de zeventiende en achttiende eeuw kende, voor Europese begrippen, een ongekend groot aantal goud- en zilversmeden. Amsterdam spande de kroon, met rond de 300 edelsmeden op 230.000 inwoners. Van eenvoudige gouddraadtrekkers tot een internationaal vermaarde zilversmid als Johannes Lutma (1584-1669).
Het is niet voor het eerst dat edelsmeden elkaars nabijheid opzoeken, zoals dat nu op kleine schaal gebeurt op en rond de Grimburgwal. Onbekend is wanneer het Amsterdamse zilver- en goudsmedengilde is opgericht, maar in 1464 beschikte de beroepsgroep al over een eigen altaar in de Oude Kerk. Het gilde was gevestigd in de Sint-Annendwarsstraat, vlakbij de Oude Kerk. Aannemelijk is dat de gildegenoten aanvankelijk vooral ook in het noordelijk deel van de ‘oudezijde’ waren te vinden, onder meer in de dan nog chique Warmoesstraat. In de zeventiende en achttiende eeuw hadden edelsmeden zich verspreid over de stad gevestigd. Toch is van een paar straten bekend dat er meer zaten. Gedurende de zeventiende eeuw kozen enkele edelsmeden domicilie in de Stilsteeg (de huidige Paleisstraat), omdat de steeg kon worden afgesloten. De locatie was daarom minder gevoelig voor diefstal. Vanaf 1700 concentreerde de bedrijfstak zich op een paar plekken in de stad. De Handboog- en Voetboogsteeg werden, bijna huis-aan-huis, bewoond door van oorsprong Waalse goud- en zilversmeden. Ook in het Noordsche Bos, de huidige Weteringbuurt, woonden in verhouding veel diamantslijpers, goud- en zilversmeden. De Jordaan kende kleine concentraties edelsmeden op de Egelantiersgracht en in de Tuinstraat.

In 1959 openden Herman en Marjan Lypppens als eersten een juwelierszaak in de Langebrugsteeg. Halverwege de jaren zeventig kregen ze de vernieuwende goudsmid Hans Appenzeller als overbuurman. Appelzeller had al eerder een galerie op het Singel. Tijdens een fietsrit naar de Waarborg was zijn oog gevallen op het pand aan de Grimburgwal nummer 1, dat te huur werd aangeboden. Ongeveer tegelijkertijd ging Grimm Sieraden – een paar deuren verderop – van start.

Was de concentratie van edelsmeden en juweliers tot dan toe niet meer dan een toevallige samenloop van omstandigheden, vanaf het begin van de jaren tachtig sloten steeds meer vakgenoten zich welbewust aan. Een diamantair, een handelaar in antiek zilversmeedwerk, een zilversmid/kunstenaar en sieradenmakers. Sommigen vertrokken, anderen kwamen en bleven. Er klonk een aanzwellend getik van goudsmidshamers op de Grimburgwal. Met de komst van de éminence grise van de Nederlandse in sieraden gespecialiseerde galeries, Paul Derrez, die zijn Galerie Ra in 2010 naar de Nes verhuisde, kreeg het Sieradenkwartier een informeel keurstempel.

Fanta Voogd

 

naar boven |

 

 

One Response to Geschiedenis van de buurt